02 Jun 2026 Nominatie Zuider Carre Reynaers Projectprijs 2026
Bekijk video op projectprijs
Het Zuider Carre is genomineerd voor de Reynaers Projectprijs 2026. U kunt nu stemmen!
Stemmen is eenvoudig. Kies op de website uw favoriete project. De stem moet daarna bevestigd worden met de link die per email wordt toegestuurd. Stemmen kan tot en met 30 juni 2026.
Repetitie en ritme laten gevels Zuider Carré stralen
De operatiekamers van vroeger vangen vandaag het daglicht van woonkamers. In Rotterdam-Zuid kreeg het voormalige Zuiderziekenhuis een tweede leven. Het werd een appartementencomplex met 72 woningen. Voor architect Joris Molenaar van Molenaar en Co architecten lag daar precies de aantrekkingskracht van de opgave: “De grote vraag was: hoe voeg je balkons, loggia’s en entrees toe zonder dat het gebouw zijn karakter verliest?”
Stedenbouw, monumentale gevoeligheid, woningtypologieën en verfijnde geveltechniek. Het komt allemaal samen in appartementencomplex Zuider Carré. De woningen werden vormgegeven rondom twee groene binnenhoven en hebben ieder een eigen karakter en verschijningsvorm door de plek in het gebouw. De herontwikkeling van het voormalige Zuiderziekenhuis begon niet vanuit een commerciële ontwikkelvraag, maar vanuit maatschappelijk sentiment. In 2012 ontstond in Rotterdam discussie over het verdwijnen van gebouwen met historische en sociale betekenis. Het ziekenhuis speelde daarin een prominente rol. “De Rotterdamse politiek voerde destijds echt een discussie over het historisch besef van de stad,” vertelt Molenaar. Samen met MT-studio Rotterdam werkte hij aan de optimalisatie van het plan. “Men vond dat er te gemakkelijk gebouwen verdwenen die voor bewoners veel betekenden. Het Zuiderziekenhuis was zo’n gebouw. Er is toen bewust gezegd: we gaan nog één serieuze poging doen om te onderzoeken of herbestemming mogelijk is en het redden van de sloop. Niet zonder succes.”
Emotionele binding
Die maatschappelijke lading bleek vroeg in het ontwerpproces voelbaar. Tijdens een open dag in het leegstaande gebouw kwamen honderden voormalige bezoekers, patiënten en buurtbewoners kijken. “Dat was midden in de winter, een gure dag, in een half ontmanteld gebouw, en toch stonden er zo’n duizend mensen voor de deur. Dan voel je direct hoeveel emotionele binding er met zo’n plek bestaat. Mensen hebben hier lief en leed gedeeld,” vertelt Molenaar.
Streng gebouw
Het oorspronkelijke ziekenhuiscomplex bezit een sterke stedenbouwkundige positie in de Rotterdamse wijk Vreewijk. Vooral de voorgevel en kopse zijden bleven grotendeels intact. De noordzijde daarentegen was in de loop der jaren op de begane grond zwaar aangetast door aanbouwen en doorbraken. “Dat verschil tussen de representatieve voorkant en die beschadigde achterkant bepaalde eigenlijk meteen onze ontwerpstrategie,” legt Molenaar uit. “De hofzijde wilden we uiterst zorgvuldig behandelen, bijna alsof het een monument was. Tegelijkertijd bood juist die noordzijde ruimte om nieuwe ingrepen toe te voegen.”
Cosmetische ingrepen
Die nieuwe ingrepen waren noodzakelijk. Een ziekenhuisgebouw bezit immers nauwelijks buitenruimtes, terwijl die voor woningbouw essentieel zijn. Bovendien moest de transformatie financieel haalbaar blijven. Molenaar hierover: “Het was een uitdaging om de balkons, loggia’s en toegangen in te passen in dit project. Je wilt niet dat de architectuur wordt overstemd door een wirwar aan entrees, galerijen en uitbouwen.” Daarom werd gekozen voor galerijontsluiting aan de binnenhoven. Twee oorspronkelijke trappenhuizen bleven behouden, terwijl twee andere werden opgeofferd om efficiëntere woningplattegronden mogelijk te maken. Ook de kap werd intensief benut. Aan drie zijden verschenen langgerekte dakkapellen die extra woonruimte, licht en uitzicht toevoegen. Aan de monumentale entreezijde bleef de kap juist onaangetast. “Daar moesten we slimmer werken,” zegt Molenaar. “Met uitgesneden vensters net onder de goot en loggia’s aan de hofzijde konden we toch licht en kwaliteit toevoegen zonder het silhouet geweld aan te doen.”
De gevel bepaalt de spelregels
Binnen de transformatie speelde de gevel een hoofdrol. Niet alleen esthetisch, maar ook technisch. “De architectuur van het gebouw is streng, zakelijk en repetitief, maar tegelijkertijd enorm verfijnd,” vindt Molenaar. “Die gevel dicteert letterlijk wat je wel en niet kunt doen. Je verplaatst hier niet zomaar een raam of dicht even een opening.”
Die precisie vormde ook de grootste uitdaging bij de kozijnvervanging. De oorspronkelijke stalen ramen waren beeldbepalend, maar bleken belast met chroom-6. Voor een woongebouw was dat volgens de ontwikkelaar onacceptabel en financieel onhaalbaar om allemaal te saneren. Molenaar blikt terug: “We moesten dus zoeken naar een oplossing waarmee we de beeldkwaliteit van het gebouw konden behouden én tegelijkertijd verkoopbare appartementen konden realiseren.” De keuze viel uiteindelijk op het systeem SlimLine 38 van Reynaers Aluminium. “We wilden zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke staaluitstraling blijven,” vertelt Molenaar. “Geïsoleerd staal was financieel nauwelijks haalbaar. Daarom zochten we een staal-look oplossing die toch die verfijnde esthetiek kon benaderen.”
Verfijning in repetitie
Toch werd niet overal gekozen voor aluminium. Juist de ruimtelijke vensters van de voormalige operatiekamers, erkers en trappenhuizen bleven behouden. Molenaar beargumenteerd: “Deze vensters werden extra groot omdat de lichtinval hier vanwege de operaties optimaal moest zijn. Ze werden ook wel lichttheaters genoemd. Die speciale puien konden we qua beeld simpelweg niet overtuigend vervangen met aluminium. De profielen zouden te grof worden. Daarom is het uiteindelijk een heel hybride oplossing geworden: repetitieve kozijnen vervangen, bijzondere kozijnen behouden.”
Om het oorspronkelijke lijnenspel van de stalen ramen te benaderen, werd gewerkt met Wiener Sprossen-roedes in zo dun mogelijk reliëf. Ook de gebruikelijke zwarte aanslagrubbers verdwenen uit beeld. “We hebben zelfs de rubbers vervangen door lippen in dezelfde kleur als het aluminium. Dat soort details maken uiteindelijk het verschil. Daardoor ogen die kozijnen veel overtuigender.”
Gebouw met betekenis
Volgens Molenaar draait de kracht van het project precies om die zorgvuldigheid. Niet alleen in de gevel, maar ook in de galerijen, de binnenhoven en de landschappelijke inpassing. “Die galerijen mochten geen noodzakelijk kwaad worden. We hebben veel energie gestoken in de vormgeving daarvan, zodat ze echt onderdeel van het hernieuwde gebouw werden.” Daarnaast kregen historische kunstwerken opnieuw een plek binnen het complex, waaronder een reliëf van Ger van Iersel uit de voormalige Daniel Den Hoed kliniek en een teruggevonden wandschildering van Marius Richters in de voormalige kapel. “Dat zijn voor mij de mooiste momenten van zo’n project,” besluit Molenaar. “Dat je niet alleen een gebouw redt, maar ook betekenis, herinneringen en kwaliteit doorgeeft aan de toekomst.”